Trots zijn op jezelf

Dat staat te lezen op werkstukken in klas 8a van OSB Waterrijk, Utrecht Terwijde. Maria Karg bezoekt de school op woensdag 7 maart voor twee gastlessen ‘hink-stap-sprong door de slavernij’ in de groepen 8a en 8b.

Op een van de tafels ligt een mindmap. De leerlingen hadden zo, vooruitlopend op het thema slavernij, geïnventariseerd wat ze zelf al wisten. Ook tijdens de lessen worden door leerlingen aantekeningen gemaakt.

Maria vertelt hoe ze op 3 oktober 1970 met het vliegtuig naar Nederland vertrok om te studeren. Ze liet haar gezellige gezin achter, maar had als 19 jarige ook veel zin in haar avontuur. “Kijk de wereld in” het motto van haar ouders. Dat deed ze! Haar familiegeschiedenis ‘tweekantig’ gelinkt aan de slavernijgeschiedenis middels stamvader Karg uit Duitsland die kinderen kreeg met een vrijgekochte slavin.

De driehoekshandel komt aan bod. Met schelpen, drank en kralen naar Afrika om slaven te kopen. Dan naar de America’s om de ‘dwangarbeiders’ af te zetten en van daaruit weer naar Nederland met opbrengsten van de plantages, waaronder veel suikerriet. Dit was werk van de WIC. De VOC voer op een ander gebied. Deze scheepscompagnie haalde kruiden uit o.a. Indonesië en thee en porselein uit China en verhandelde ook in grote getale slaven vanuit Zuidoost-Azië.

In Suriname probeerden slaven regelmatig te vluchten van de plantages. Zij die daarin slaagden vormden diep in het binnenland een eigen gemeenschap. Ze werden Marrons (weggelopen vee) genoemd. Voor de nazaten, waarvan een deel nog in het binnenland woont, is het een geuzennaam (een eer) geworden. Ze zijn nogal wiedes trots op hun geschiedenis; het verzet, de moed en de vlucht van hun voorouders. In de koffer van Maria een pangi; een traditionele doek die om het middel geknoopt werd bij vrouwen. De mannen droegen een lendendoek; een zogenaamde kamisa.

 “Slavernij door de eeuwen heen kende geen kleur”, zegt Maria. Ze laat een prent zien van een Romeinse slavenmarkt waar, naast witte volwassenen, een kind te koop wordt aangeboden.  Ze vertelt hoe de in Afrika gekochte slaven soms krijgsgevangenen waren van een stammenoorlog daar. Ook laat ze slaven-huisbediendes zien in Azië; elegante goed geklede dames waarmee hun eigenaren konden pronken. Ook nu is er nog slavernij in bijvoorbeeld seks- en kledingindustrie en in de steengroeves in India. Een van de leerlingen begint over fairtrade; hij definieert die precies. De slotsom: slavernij is van alle tijden en culturen. Zelfs al schafte Nederland de slavernij vanaf 1860 in stappen af.

Vragen leveren soms verrassende antwoorden op. Waar doet het woord slaaf je aan denken? “Dat klinkt niet zo sociaal” zegt een jongen. Hoe waar is dat! En dat is dan nog zacht uitgedrukt! Op de vraag waarom de stichting van Maria ‘Stil Verleden’ heet, regent het antwoorden. Die hebben allemaal te maken met het stilhouden van de geschiedenis van de slavernij. Totdat de jongen van de laatste uitgestoken vinger zegt dat de slaven hun eigen slaaf zijn stil hielden uit schaamte. Wij worden er op onze beurt stil van. Je schamen voor wat een ander je heeft aangedaan. Dat klopt toch niet!

Tot slot proeft iedereen een stukje suikerriet, het snoepgoed uit Maria’s kinderjaren. En wordt Tony Chocolonely slaafvrije chocolade uitgedeeld. Want als je werk niet genoeg oplevert om te kunnen leven en je hebt geen andere keus, dan valt dat ook onder slavernij. Dan schrijven alle leerlingen een wens voor in de wensboom. Niemand wil meer slaven, en de kledingproducenten moeten beter opletten en ook zou het beter zijn als de mensen die nog aan slavernij doen onmiddellijk gearresteerd zouden worden. Ziezo.

In beide groepen actieve leerlingen die zelfs een stukje van hun pauze offeren. Dank leerlingen en leerkrachten van Waterrijk. Wij hebben van jullie aandacht en verhalen genoten. Wees trots op jullie zelf!

You may also like...