Koloniale Sporen in Park Rusthoff
In Park Rusthoff ontmoet ik met Stichting Stil Verleden leerlingen van verschillende scholen om samen stil te staan bij koloniale sporen in hun eigen omgeving. Iedere gastles brengt een eigen sfeer, nieuwe vragen en onverwachte gesprekken. Zo wordt één plek telkens opnieuw een klaslokaal waar verleden en heden elkaar raken.
In afwachting van de leerlingen en hun begeleiders raak ik regelmatig in gesprek met wandelaars. Sommigen zien het bord wel staan, maar kennen de achtergrond niet. Dat vind ik opvallend. Juist in die korte ontmoetingen wordt duidelijk hoe stil zulke sporen kunnen zijn totdat er ruimte ontstaat om het verhaal erachter te vertellen.
De les begon al vóór de leerlingen kwamen
Dinsdag 3 maart om half tien stond ik al in het park.
Bij het Crappabord. Mijn tas en koffertje naast me.
De zon was er al, maar nog niet bij het bord. Het lag nog in de koele ochtendschaduw. Ik stond daar, in gedachten mijn introductie herhalend voor groep 6 en 7. Ik voelde die lichte spanning die altijd komt vlak voordat een groep arriveert. Zou het landen? Zouden ze nieuwsgierig zijn?
Tegelijk voelde ik dankbaarheid. Dat ik hier mag staan. Dat dit verhaal verteld wordt op deze plek.
Wandelaars kwamen voorbij. Vooral oudere mensen maakten een praatje. Ik stond daar open voor en vertelde waarom ik bij het bord stond. Zo begon mijn les eigenlijk al voordat de leerlingen er waren. Want de meeste bezoekers kennen de link tussen het Crappabord en het koloniale en slavernijverleden niet.
Ook een docent van het Rijnlands Lyceum liep voorbij met zijn klas. Hij had mij niet gezien, maar ik had hem al opgemerkt. We raakten in gesprek en ik gaf hem een kaartje mee. Wie weet sta ik binnenkort ook bij hen voor de klas.
Klokslag vijf over tien hoorde ik kinderstemmen. Ik wist: dit is de Startbaan.
Toen ik vroeg wie mijn twee assistenten wilde zijn, gingen alle handen omhoog. Twee
leerlingen die vooraan stonden, koos ik uit. Ik stelde me voor en vroeg wat zij al wisten over het bord. Er kwamen mooie, doordachte antwoorden. De brug naar mijn familiegeschiedenis was snel gemaakt. De afbeeldingen die ik had meegenomen maakten indruk.
Daarna legde ik de onderzoeksopdracht uit. De leerlingen gingen in drie groepen uiteen en verspreidden zich door het park. Ik liep langs de groepjes om te kijken hoe het ging. Soms werden ze afgeleid er is veel te zien en te horen in het park maar de betrokkenheid was er zeker. Er werd gelezen, overlegd en geschreven.
Het was een gezellige klas. De leerkracht en de moeders deden betrokken mee. Tijdens de reflectie gaven de leerlingen aan dat ze het gezellig vonden en nieuwe dingen hadden geleerd. Dat gold ook voor de moeders en de leerkracht.
We sloten af met een hartelijk applaus.
Daarna gingen de leerlingen weer in de rij. De leerkracht voorop, de moeders achteraan aangesloten. Langzaam liepen ze het pad af, terug naar school.
En ik bleef nog even staan bij het bord.
Nu lag het wél in het zonlicht.





Dezelfde plek, een andere sfeer
Vrijdag 27 februari was ik opnieuw in Park Rusthoff voor een gastles aan de andere klas van OBS Het Bolwerk.
Dezelfde banken.
Hetzelfde Crappabord.
Dezelfde wandelpaden.
En toch was alles anders.
De zon liet zich deze keer niet zien. Het was bewolkt en af en toe vielen er kleine regendruppels. Maar dat mocht de pret niet drukken. De leerlingen waren en bleven enthousiast.
Waar het de dag ervoor voelde als een openluchttheater vol zacht lenteleven, hing er nu een andere energie. De begeleiders, ook dit keer ouders waren zichtbaar betrokken. Ze luisterden aandachtig, stelden vragen en bleven niet op afstand. Dat werkt door, subtiel maar voelbaar.
Ik merkte het in de manier waarop de leerlingen luisterden. In hoe snel ze begonnen met de onderzoeksopdrachten. In de vragen die werden gesteld waren nieuwsgierig en soms verrassend verdiepend.
Opnieuw stonden we stil bij het bord dat verwijst naar plantage Crappahoek in Suriname. Opnieuw legden we de verbinding tussen een Nederlandse buitenplaats en een koloniale werkelijkheid overzee.
Maar elke groep leerlingen brengt een eigen dynamiek mee. En elke begeleider kleurt de ruimte op zijn of haar manier in.
Wat mij deze keer raakte, was hoe geschiedenis niet alleen de kinderen aansprak. Een moeder vertelde dat zij bezig is met haar stamboomonderzoek. Het gesprek verschoof even van park naar familie, van bord naar wortels.
Op zo’n moment zie je hoe geschiedenis verder reikt dan het lesuur.
Dat maakt dit werk zo bijzonder.
Je kunt dezelfde geschiedenis vertellen, op dezelfde plek, en toch ontstaat er iedere keer iets nieuws. Omdat geschiedenis niet alleen gaat over wat geweest is, maar ook over wie er vandaag luistert.
En misschien is dát wel de kern van wat we doen bij Stichting Stil Verleden: ruimte maken.
Zodat elke nieuwe ontmoeting weer iets anders zichtbaar maakt.
Dit verslag vormt samen met “Een park, een bord, en een familieverhaal” een tweeluik over twee dagen in Park Rusthoff dezelfde plek, telkens een andere ontmoeting.




Een park, een bord en een familieverhaal
Op de eerste lentedag, donderdag 26 februari 2026, geef ik een gastles in Park Rusthoff aan leerlingen van OBS Het Bolwerk.
Voordat de leerlingen arriveren, loop ik een rondje door het park. Ik neem plaats op een houten bank, geschilderd in groenblauwe tinten. Vanaf daar zie ik het leven aan mij voorbijtrekken.
Vogels laten zich horen, eenden glijden over het water. Mensen wandelen voorbij: een oudere dame met een rollator, een moeder of oma met een kinderwagen, iemand met een hond aan de riem. Ze groeten vriendelijk. Even verderop rolt een groep vrouwen hun matjes uit op het gras dat schittert in de zon. Het park voelt als een openluchttheater rustig, licht, bijna vanzelfsprekend.
En toch lag er voor mij die dag ook iets anders onder die rust.
Bij eerdere voorbereidingen was Bert altijd betrokken. Hij hield de logistiek in de gaten, hielp met het koffertje en maakte foto’s. Nu gaf ik de gastles hier voor het eerst alleen. Dat voelde anders. Zijn afwezigheid was aanwezig, juist in de kleine dingen.
In de 17e eeuw ontstonden in Nederland veel buitenplaatsen. Welgestelde stedelingen ontvluchtten ’s zomers de stad, waar riolering ontbrak en ziektes rondwaarden. Ook Park Rusthoff kent die geschiedenis. De familie Charbon woonde hier 125 jaar: eerst als zomerverblijf, later permanent. Wat minder zichtbaar blijft, is hoe zulke buitenplaatsen verbonden waren met een wereldwijde koloniale economie.
Bij het Crappabord dat verwijst naar plantage Crappahoek in Suriname begint de les. Een bord in een park. Een stille verwijzing naar een verleden van handel, macht en ongelijkheid.
Wanneer de klas compleet is, stel ik me voor. Ik vertel dat deze geschiedenis mij niet alleen professioneel raakt, maar ook persoonlijk. In mijn eigen familieverhaal zijn de sporen van het koloniale en slavernijverleden terug te vinden. Daarmee wordt het onderwerp niet abstract, maar nabij.
De leerlingen hebben zich op school voorbereid. Ik vraag hen:
Waarom staat dit bord hier?
Wat is de link tussen dit park en het koloniale verleden?
In groepjes gaan zij op verschillende plekken in het park aan de slag met onderzoeksopdrachten. Er wordt gelezen, overlegd, geschreven en getekend. Wanneer ik langs de bankjes loop, zie ik concentratie en betrokkenheid.
Misschien voelde ik het die dag zelf anders dan anders. Maar juist in het samen onderzoeken, in het luisteren naar de vragen van leerlingen, ontstond er weer ruimte. Ruimte om te vertellen. Ruimte om te verbinden.
We sluiten samen af bij het Crappabord. In de reflectie hoor ik hoe hun blik verschuift. Een park blijkt niet alleen groen en rustig, maar ook verbonden met grotere verhalen. Lokale geschiedenis en wereldgeschiedenis blijken met elkaar verweven.
Op zo’n dag wordt zichtbaar waar Stichting Stil Verleden voor staat: koloniale sporen herkenbaar maken, ruimte geven aan persoonlijke verhalen en geschiedenis plaatsen in de wereld van nu.
Een park.
Een bord.
En een familieverhaal dat laat zien dat het verleden nooit helemaal voorbij is en dat herinneringen soms zachtjes met je meelopen.
Deze gastles in Park Rusthoff maakte deel uit van twee opeenvolgende dagen met leerlingen van OBS Het Bolwerk. Lees ook het vervolg: “Dezelfde plek, een andere sfeer”.


