Skip to main content

Koloniale Sporen in Park Rusthoff

In Park Rusthoff ontmoet ik met Stichting Stil Verleden leerlingen van verschillende scholen om samen stil te staan bij koloniale sporen in hun eigen omgeving. Iedere gastles brengt een eigen sfeer, nieuwe vragen en onverwachte gesprekken. Zo wordt één plek telkens opnieuw een klaslokaal waar verleden en heden elkaar raken.

In afwachting van de leerlingen en hun begeleiders raak ik regelmatig in gesprek met wandelaars. Sommigen zien het bord wel staan, maar kennen de achtergrond niet. Dat vind ik opvallend. Juist in die korte ontmoetingen wordt duidelijk hoe stil zulke sporen kunnen zijn totdat er ruimte ontstaat om het verhaal erachter te vertellen.

Donderdag 21 mei vond de laatste schoolochtend plaats van de reeks van tien gratis
gastlessen in Park Rusthoff. Scholen konden zich hiervoor aanmelden volgens het
principe: wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Het werd een prachtige dag. Eindelijk
waren de weersvooruitzichten goed en donderdag liet zich van zijn beste kant zien.

Terwijl ik op de klas stond te wachten, zag ik wandelaars, mensen in rolstoelen en moeders
met kinderwagens voorbijlopen. Wat mij opviel, was dat veel mensen nieuwsgierig keken. Ze
wilden blijkbaar weten waarom ik daar stond, maar durfden het niet goed te vragen.

Toen bleef een oudere dame met een rollator even stilstaan. Ze keek mij vragend aan. Ik liep
naar haar toe en vroeg of ze iets wilde weten. Ik vertelde kort waarom ik daar stond en wees
haar op het Crappabord. Omdat ze haar leesbril niet bij zich had, las ik de tekst voor haar
voor.

Vanuit de verte hoorde ik ondertussen de leerlingen al aankomen. Ik zag de leerkracht nog
kijken welke richting ze op moesten lopen. Ik zwaaide en vroeg: “Zijn jullie de leerlingen van
De Achtbaan?” Dat bleek zo te zijn.

Samen liepen we naar het Crappabord. De leerlingen hadden er zin in. Ik stelde mij voor en
vroeg of ze wisten waar ze waren. Deze klas kwam niet uit Sassenheim, maar uit Voorhout.
Dat dorp kende ik nog van vroeger; lang geleden heb ik daar zelf gewoond.

De klas was al verdeeld in drie groepen en zo konden de leerlingen meteen op onderzoek
uitgaan in het park. Ze waren enthousiast, maar ook snel afgeleid door alles wat ze zagen,
vooral de eenden trokken veel aandacht.

Bij de afronding liet ik verschillende objecten zien, zoals een katoentak, een slavenboei en
afbeeldingen van een suikerplantage. Aan de hand daarvan kon ik uitleggen dat er
verschillende soorten plantages waren en hoe slavernij verbonden was met producten als
katoen en suiker.

Op zulke momenten merk ik hoe een plek, een verhaal en een paar voorwerpen geschiedenis
dichtbij kunnen brengen.

Gisteren was ik in Park Rusthoff met 29 leerlingen van groep 8 van OBS De
Springplank uit Sassenheim voor het project Koloniale Sporen in Park Rusthoff. Midden
in het park gingen de leerlingen op zoek naar sporen van het koloniale verleden in hun
eigen omgeving.

Bij het Crappabord spraken we over de verbinding tussen rijkdom, handel, slavernij en
buitenplaatsen zoals Park Rusthoff. Vanuit mijn eigen familiegeschiedenis vertelde ik hoe het
slavernijverleden niet alleen een geschiedenis van verre landen is, maar ook verbonden is met
plekken hier in Nederland. Met een katoentak als tastbaar symbool van de katoenplantage
Johanna en de Zwarigheid in Suriname ontstonden mooie gesprekken en verrassende vragen.

Daarna gingen de leerlingen in kleine groepjes met hun onderzoeksopdracht door het park.
Het was bijzonder om te zien hoe aandachtig en betrokken zij luisterden, onderzochten en
samenwerkten. Juist door buiten op locatie te leren, komt geschiedenis dichtbij en worden
sporen uit het verleden zichtbaar in het heden.

Dank aan de leerlingen, leerkrachten en begeleidende ouders van OBS De Springplank voor
deze waardevolle middag in het park.

12 mei 2026

Vanmiddag vond het project Koloniale sporen in Park Rusthoff plaats met groep 7 van R.K.
Basisschool De Springplank uit Sassenheim. Met 30 leerlingen, twee leerkrachten en een
moeder als begeleiders moest het met 13 graden een mooie middag worden. Vanuit de verte
hoorde ik de kinderstemmen al aankomen. De leerlingen hadden er zin in en ik ook.

De klas werd verdeeld in drie groepen van tien leerlingen, elk met een begeleider. Eerst stelde
ik een paar vragen: wisten de leerlingen waarom ze hier waren en hadden ze op school al les
gehad over het park? Meteen gingen de handen omhoog. De antwoorden waren verrassend
goed en lieten zien dat de leerlingen zich al hadden verdiept in het onderwerp.

Daarna vertelde ik in het kort over mijn familiegeschiedenis. Daarbij liet ik geplastificeerde
afbeeldingen zien om het verhaal dichterbij te brengen. Vervolgens werd het materiaal
uitgedeeld en konden de groepen aan de slag. Iedere groep wees zelf een teamleider aan.

De drie groepen verspreidden zich door het park om de opdrachten uit te voeren. Uiteraard
liep ik langs de verschillende groepjes om te kijken hoe het ging. Iedereen werkte enthousiast
en geconcentreerd samen.

Na ongeveer 45 minuten kwamen alle groepen weer bijeen bij het Crappabord. Omdat het pad
daar smal is en er rekening gehouden moet worden met wandelaars, rolstoelgebruikers en
moeders met kinderwagens, stelde de leerkracht voor om met de hele groep naar het open
grasveld te gaan. Dat bleek een briljant idee. De leerlingen konden daar rustig met z’n allen
zitten en luisteren, terwijl er ook voldoende ruimte bleef voor voorbijgangers. Deze oplossing
houd ik er zeker in voor toekomstige grote groepen. Daar vertelde ik verder over
verschillende plantages. Ik had afbeeldingen en enkele voorwerpen meegenomen die
verbonden zijn met slavenarbeid. De leerlingen waren nieuwsgierig en betrokken. Iedereen
wilde de voorwerpen graag aanraken en vasthouden.

Aan het einde vroeg ik de leerlingen hoe zij het gevonden hadden om de opdrachten in het
park te maken. De reacties kwamen meteen: iedereen was laaiend enthousiast. Dat was mooi
om te zien. De combinatie van buiten leren, samenwerken, onderzoeken en luisteren naar
verhalen sprak de leerlingen duidelijk aan.

Ik sloot de middag af met een vraag aan de leerlingen:
“Zou de familie Charbon hebben geweten dat kinderen bij hun ouders werden weggehaald en
dat mensen zwaar werk moesten verrichten als slaaf?”


Het bleef even stil. Een vraag die uitnodigde om verder na te denken over het verleden en
over de mensen die daarin leefden.

Op vrijdag 10 april Gisteren was ik in Park Rusthoff met groep 8, leerlingen van De Achtbaan uit Voorhout. Het werd een bijzondere en waardevolle ochtend, waarin geschiedenis letterlijk tot leven kwam in hun eigen omgeving.

We begonnen bij het Crappabord in het park. Ik vroeg de leerlingen wat zij al wisten: wat hadden ze gehoord, wat viel hen op, welke verhalen kenden ze al? Vanuit hun eigen antwoorden ontstond een gesprek over het park en zijn geschiedenis. Daarna vertelde ik dat ook mijn eigen familiegeschiedenis verbonden is met het slavernijverleden. Dat moment maakt vaak iets los, geschiedenis wordt dan persoonlijk en dichtbij.

Na de introductie legde ik de onderzoeksopdracht uit. De leerlingen gingen in groepjes het park in, begeleid door ouders die gelukkig mee waren om te ondersteunen. Het was mooi om te zien hoe betrokken iedereen was.

Ik had ook een fijne assistent: Fieke, een leerling die mij hielp met het uitladen en uitdelen van het materiaal uit de trolley. Zo’n helpende hand maakt echt verschil.

Na ongeveer 45 minuten kwamen we weer samen bij het bord. Daar vertelde ik verder over plantages en de verschillende soorten die er waren. Met behulp van tastbare materialen, suikerriet, katoen en kaneel konden de leerlingen niet alleen luisteren, maar ook voelen en ruiken. Dat maakt het leren zoveel rijker.

We sloten af met een gezamenlijke terugblik. Wat hadden ze geleerd? Wat was hen bijgebleven? En hoe keken ze nu naar dit prachtige park in hun eigen buurt? Het besef groeide dat achter deze mooie plek ook een geschiedenis schuilgaat waarin het koloniale en slavernijverleden een belangrijke rol heeft gespeeld.

Tot mijn verrassing kreeg ik van de leerkracht en de leerlingen een prachtig boeket tulpen, die diezelfde ochtend nog waren geplukt, en een mooie tekening. Een bijzonder gebaar dat me wat deed!

Het was een mooie, waardevolle ochtend met nieuwsgierige leerlingen, betrokken begeleiding en ruimte voor verhalen die gehoord mogen worden.

Dinsdag 3 maart om half tien stond ik al in het park.
Bij het Crappabord. Mijn tas en koffertje naast me.

De zon was er al, maar nog niet bij het bord. Het lag nog in de koele ochtendschaduw. Ik stond daar, in gedachten mijn introductie herhalend voor groep 6 en 7. Ik voelde die lichte spanning die altijd komt vlak voordat een groep arriveert. Zou het landen? Zouden ze nieuwsgierig zijn?

Tegelijk voelde ik dankbaarheid. Dat ik hier mag staan. Dat dit verhaal verteld wordt op deze plek.

Wandelaars kwamen voorbij. Vooral oudere mensen maakten een praatje. Ik stond daar open voor en vertelde waarom ik bij het bord stond. Zo begon mijn les eigenlijk al voordat de leerlingen er waren. Want de meeste bezoekers kennen de link tussen het Crappabord en het koloniale en slavernijverleden niet.

Ook een docent van het Rijnlands Lyceum liep voorbij met zijn klas. Hij had mij niet gezien, maar ik had hem al opgemerkt. We raakten in gesprek en ik gaf hem een kaartje mee. Wie weet sta ik binnenkort ook bij hen voor de klas.

Klokslag vijf over tien hoorde ik kinderstemmen. Ik wist: dit is de Startbaan.

Toen ik vroeg wie mijn twee assistenten wilde zijn, gingen alle handen omhoog. Twee

leerlingen die vooraan stonden, koos ik uit. Ik stelde me voor en vroeg wat zij al wisten over het bord. Er kwamen mooie, doordachte antwoorden. De brug naar mijn familiegeschiedenis was snel gemaakt. De afbeeldingen die ik had meegenomen maakten indruk.

Daarna legde ik de onderzoeksopdracht uit. De leerlingen gingen in drie groepen uiteen en verspreidden zich door het park. Ik liep langs de groepjes om te kijken hoe het ging. Soms werden ze afgeleid er is veel te zien en te horen in het park maar de betrokkenheid was er zeker. Er werd gelezen, overlegd en geschreven.

Het was een gezellige klas. De leerkracht en de moeders deden betrokken mee. Tijdens de reflectie gaven de leerlingen aan dat ze het gezellig vonden en nieuwe dingen hadden geleerd. Dat gold ook voor de moeders en de leerkracht.

We sloten af met een hartelijk applaus.

Daarna gingen de leerlingen weer in de rij. De leerkracht voorop, de moeders achteraan aangesloten. Langzaam liepen ze het pad af, terug naar school.

En ik bleef nog even staan bij het bord.

Nu lag het wél in het zonlicht.

Vrijdag 27 februari was ik opnieuw in Park Rusthoff voor een gastles aan de andere klas van OBS Het Bolwerk.

Dezelfde banken.
Hetzelfde Crappabord.
Dezelfde wandelpaden.

En toch was alles anders.

De zon liet zich deze keer niet zien. Het was bewolkt en af en toe vielen er kleine regendruppels. Maar dat mocht de pret niet drukken. De leerlingen waren en bleven enthousiast.

Waar het de dag ervoor voelde als een openluchttheater vol zacht lenteleven, hing er nu een andere energie. De begeleiders, ook dit keer ouders waren zichtbaar betrokken. Ze luisterden aandachtig, stelden vragen en bleven niet op afstand. Dat werkt door, subtiel maar voelbaar.

Ik merkte het in de manier waarop de leerlingen luisterden. In hoe snel ze begonnen met de onderzoeksopdrachten. In de vragen die werden gesteld waren nieuwsgierig en soms verrassend verdiepend.

Opnieuw stonden we stil bij het bord dat verwijst naar plantage Crappahoek in Suriname. Opnieuw legden we de verbinding tussen een Nederlandse buitenplaats en een koloniale werkelijkheid overzee.

Maar elke groep leerlingen brengt een eigen dynamiek mee. En elke begeleider kleurt de ruimte op zijn of haar manier in.

Wat mij deze keer raakte, was hoe geschiedenis niet alleen de kinderen aansprak. Een moeder vertelde dat zij bezig is met haar stamboomonderzoek. Het gesprek verschoof even van park naar familie, van bord naar wortels.

Op zo’n moment zie je hoe geschiedenis verder reikt dan het lesuur.

Dat maakt dit werk zo bijzonder.

Je kunt dezelfde geschiedenis vertellen, op dezelfde plek, en toch ontstaat er iedere keer iets nieuws. Omdat geschiedenis niet alleen gaat over wat geweest is, maar ook over wie er vandaag luistert.

En misschien is dát wel de kern van wat we doen bij Stichting Stil Verleden: ruimte maken.

Zodat elke nieuwe ontmoeting weer iets anders zichtbaar maakt.

Dit verslag vormt samen met “Een park, een bord, en een familieverhaal” een tweeluik over twee dagen in Park Rusthoff dezelfde plek, telkens een andere ontmoeting.

Op de eerste lentedag, donderdag 26 februari 2026, geef ik een gastles in Park Rusthoff aan leerlingen van OBS Het Bolwerk.

Voordat de leerlingen arriveren, loop ik een rondje door het park. Ik neem plaats op een houten bank, geschilderd in groenblauwe tinten. Vanaf daar zie ik het leven aan mij voorbijtrekken.

Vogels laten zich horen, eenden glijden over het water. Mensen wandelen voorbij: een oudere dame met een rollator, een moeder of oma met een kinderwagen, iemand met een hond aan de riem. Ze groeten vriendelijk. Even verderop rolt een groep vrouwen hun matjes uit op het gras dat schittert in de zon. Het park voelt als een openluchttheater rustig, licht, bijna vanzelfsprekend.

En toch lag er voor mij die dag ook iets anders onder die rust.

Bij eerdere voorbereidingen was Bert altijd betrokken. Hij hield de logistiek in de gaten, hielp met het koffertje en maakte foto’s. Nu gaf ik de gastles hier voor het eerst alleen. Dat voelde anders. Zijn afwezigheid was aanwezig, juist in de kleine dingen.

In de 17e eeuw ontstonden in Nederland veel buitenplaatsen. Welgestelde stedelingen ontvluchtten ’s zomers de stad, waar riolering ontbrak en ziektes rondwaarden. Ook Park Rusthoff kent die geschiedenis. De familie Charbon woonde hier 125 jaar: eerst als zomerverblijf, later permanent. Wat minder zichtbaar blijft, is hoe zulke buitenplaatsen verbonden waren met een wereldwijde koloniale economie.

Bij het Crappabord dat verwijst naar plantage Crappahoek in Suriname begint de les. Een bord in een park. Een stille verwijzing naar een verleden van handel, macht en ongelijkheid.

Wanneer de klas compleet is, stel ik me voor. Ik vertel dat deze geschiedenis mij niet alleen professioneel raakt, maar ook persoonlijk. In mijn eigen familieverhaal zijn de sporen van het koloniale en slavernijverleden terug te vinden. Daarmee wordt het onderwerp niet abstract, maar nabij.

De leerlingen hebben zich op school voorbereid. Ik vraag hen:
Waarom staat dit bord hier?
Wat is de link tussen dit park en het koloniale verleden?

In groepjes gaan zij op verschillende plekken in het park aan de slag met onderzoeksopdrachten. Er wordt gelezen, overlegd, geschreven en getekend. Wanneer ik langs de bankjes loop, zie ik concentratie en betrokkenheid.

Misschien voelde ik het die dag zelf anders dan anders. Maar juist in het samen onderzoeken, in het luisteren naar de vragen van leerlingen, ontstond er weer ruimte. Ruimte om te vertellen. Ruimte om te verbinden.

We sluiten samen af bij het Crappabord. In de reflectie hoor ik hoe hun blik verschuift. Een park blijkt niet alleen groen en rustig, maar ook verbonden met grotere verhalen. Lokale geschiedenis en wereldgeschiedenis blijken met elkaar verweven.

Op zo’n dag wordt zichtbaar waar Stichting Stil Verleden voor staat: koloniale sporen herkenbaar maken, ruimte geven aan persoonlijke verhalen en geschiedenis plaatsen in de wereld van nu.

Een park.
Een bord.
En een familieverhaal dat laat zien dat het verleden nooit helemaal voorbij is en dat herinneringen soms zachtjes met je meelopen.

Deze gastles in Park Rusthoff maakte deel uit van twee opeenvolgende dagen met leerlingen van OBS Het Bolwerk. Lees ook het vervolg: “Dezelfde plek, een andere sfeer”.

error: Content is protected !!