Skip to main content

Een park, een bord en een familieverhaal

Op de eerste lentedag, donderdag 26 februari 2026, geef ik een gastles in Park Rusthoff aan leerlingen van OBS Het Bolwerk.

Voordat de leerlingen arriveren, loop ik een rondje door het park. Ik neem plaats op een houten bank, geschilderd in groenblauwe tinten. Vanaf daar zie ik het leven aan mij voorbijtrekken.

Vogels laten zich horen, eenden glijden over het water. Mensen wandelen voorbij: een oudere dame met een rollator, een moeder of oma met een kinderwagen, iemand met een hond aan de riem. Ze groeten vriendelijk. Even verderop rolt een groep vrouwen hun matjes uit op het gras dat schittert in de zon. Het park voelt als een openluchttheater rustig, licht, bijna vanzelfsprekend.

En toch lag er voor mij die dag ook iets anders onder die rust.

Bij eerdere voorbereidingen was Bert altijd betrokken. Hij hield de logistiek in de gaten, hielp met het koffertje en maakte foto’s. Nu gaf ik de gastles hier voor het eerst alleen. Dat voelde anders. Zijn afwezigheid was aanwezig, juist in de kleine dingen.

In de 17e eeuw ontstonden in Nederland veel buitenplaatsen. Welgestelde stedelingen ontvluchtten ’s zomers de stad, waar riolering ontbrak en ziektes rondwaarden. Ook Park Rusthoff kent die geschiedenis. De familie Charbon woonde hier 125 jaar: eerst als zomerverblijf, later permanent. Wat minder zichtbaar blijft, is hoe zulke buitenplaatsen verbonden waren met een wereldwijde koloniale economie.

Bij het Crappabord dat verwijst naar plantage Crappahoek in Suriname begint de les. Een bord in een park. Een stille verwijzing naar een verleden van handel, macht en ongelijkheid.

Wanneer de klas compleet is, stel ik me voor. Ik vertel dat deze geschiedenis mij niet alleen professioneel raakt, maar ook persoonlijk. In mijn eigen familieverhaal zijn de sporen van het koloniale en slavernijverleden terug te vinden. Daarmee wordt het onderwerp niet abstract, maar nabij.

De leerlingen hebben zich op school voorbereid. Ik vraag hen:
Waarom staat dit bord hier?
Wat is de link tussen dit park en het koloniale verleden?

In groepjes gaan zij op verschillende plekken in het park aan de slag met onderzoeksopdrachten. Er wordt gelezen, overlegd, geschreven en getekend. Wanneer ik langs de bankjes loop, zie ik concentratie en betrokkenheid.

Misschien voelde ik het die dag zelf anders dan anders. Maar juist in het samen onderzoeken, in het luisteren naar de vragen van leerlingen, ontstond er weer ruimte. Ruimte om te vertellen. Ruimte om te verbinden.

We sluiten samen af bij het Crappabord. In de reflectie hoor ik hoe hun blik verschuift. Een park blijkt niet alleen groen en rustig, maar ook verbonden met grotere verhalen. Lokale geschiedenis en wereldgeschiedenis blijken met elkaar verweven.

Op zo’n dag wordt zichtbaar waar Stichting Stil Verleden voor staat: koloniale sporen herkenbaar maken, ruimte geven aan persoonlijke verhalen en geschiedenis plaatsen in de wereld van nu.

Een park.
Een bord.
En een familieverhaal dat laat zien dat het verleden nooit helemaal voorbij is en dat herinneringen soms zachtjes met je meelopen.

Deze gastles in Park Rusthoff maakte deel uit van twee opeenvolgende dagen met leerlingen van OBS Het Bolwerk. Lees ook het vervolg: “Dezelfde plek, een andere sfeer”.

error: Content is protected !!