Sporen van vroeger, verhalen van nu
Op vrijdag 13 februari 2026 gaf ik twee gastlessen op de 3e Daltonschool in Amsterdam. Groep 8a en groep 8b deden afzonderlijk mee. Dat gaf ruimte voor aandacht, verdieping en eigen vragen. Het werden bijzondere lessen, met nieuwsgierige en betrokken leerlingen die echt wilden luisteren.
Ik begon met een eenvoudige vraag: wat is een spoor?
Een voetafdruk, een fietsspoor, iets dat laat zien dat iemand er is geweest. Van daaruit gingen we samen op zoek naar sporen uit het verleden, sporen die soms zichtbaar zijn, maar vaak verborgen.
Via die vraag kwam ik bij mijn eigen familiegeschiedenis. Ik vertelde hoe mijn voorouders onderdeel waren van het koloniale en slavernijverleden, en hoe dat verleden nog altijd doorwerkt in het heden. Niet als ver verhaal, maar als iets dat ook vandaag invloed heeft op levens, kansen en keuzes.
Met behulp van mijn educatiekoffer werd geschiedenis tastbaar. Objecten als katoen, stoffen en andere materialen nodigden uit om te kijken, te voelen en te vragen. Leerlingen mochten onderzoeken, vergelijken en benoemen wat zij zagen en ervoeren.
Een belangrijk moment in de les was de stap naar het nu. We spraken over moderne slavernij en uitbuiting. Over kleding, arbeid en verantwoordelijkheid. Het gesprek was serieus, maar open. De leerlingen stelden scherpe vragen en dachten zichtbaar mee.
Spekkoek als spoor uit het verleden
Aan het einde van de gastles had ik een kleine verrassing voor de leerlingen: spekkoek. De koek viel goed in de smaak. De leerlingen vonden hem heerlijk en de meesten bleken spekkoek al te kennen.
Spekkoek is meer dan een lekkernij. Het is ook een spoor uit het koloniale verleden. De koek ontstond in de koloniale tijd in het voormalige Nederlands-Indië, het huidige Indonesië. Indonesische bakttechnieken, waarbij laag voor laag wordt gewerkt (lapis), kwamen samen met Europese ingrediënten en smaakvoorkeuren, zoals boter, suiker en specerijen.
De naam spekkoek verwijst naar het uiterlijk van de cake. De vele lichte en donkere lagen deden Nederlanders denken aan spek, dat ook uit verschillende lagen bestaat. Het verhaal dat de koek herinnerde aan spek dat men in de kolonie kende en soms miste, wordt vaak verteld en is aannemelijk.
Door samen spekkoek te proeven, werd het verleden niet alleen verteld, maar ook ervaren. Zo werd geschiedenis tastbaar, zichtbaar én smakelijk.
Een spoor in woorden
Aan het einde van de gastles kregen de leerlingen een korte verwerkingsopdracht. Op de voorzijde van een kaartje stond: een spoor, sporen van vroeger, verhalen van nu. Op de achterzijde mochten zij één zin schrijven. Iets dat zij hadden onthouden uit het verhaal, iets dat hen was bijgebleven of aan het denken had gezet.
De kaartjes lieten zien hoe verschillend leerlingen luisteren en verwerken. Sommige zinnen gingen over onrecht en ongelijkheid in het verleden. Andere kaartjes benoemden afkomst, huidskleur en familiegeschiedenis, en probeerden woorden te geven aan wat dat kan betekenen. Soms werd er getekend in plaats van geschreven: een beeld als spoor.
Samen vormden de kaartjes kleine, persoonlijke reflecties. Ze lieten zien hoe verhalen uit het verleden hun weg vinden naar het denken van nu.
Wat deze gastlessen lieten zien, was hoe verleden en heden elkaar raken: in verhalen, in objecten, in smaken en in woorden van leerlingen.



