Familiegeschiedenis begint met een vraag
Wat weet jij eigenlijk van je eigen familiegeschiedenis?
Met die vraag eindigde op vrijdag 11 september een gastles lezing van Stichting Stil Verleden op het Keizer Karel College. Voor een project over familiegeschiedenis waren verschillende gastsprekers uitgenodigd. Maar liefst 32 leerlingen uit verschillende 4-vwo-klassen hadden zich voor deze lezing aangemeld.
Vorig jaar was Stichting Stil Verleden ook te gast op het college. Dit jaar keerde ik terug met een aangepaste lezing: een persoonlijke familiegeschiedenis, van Suriname tot Regensburg.
Van geschiedenis naar familiegeschiedenis
Voordat ik mijn eigen verhaal vertelde, bekeken de leerlingen een korte film over suiker, slavernij en meesters. Daarmee kregen zij eerst een beeld van de historische wereld waarin een deel van mijn familiegeschiedenis zich afspeelt.
Daarna nam ik hen mee naar Suriname, het land waar ik ben geboren. Via foto’s en persoonlijke herinneringen vertelde ik over mijn jeugd, mijn vertrek naar Nederland en mijn zoektocht naar mijn familiegeschiedenis.
Die zoektocht bracht mij steeds verder terug in de tijd. Naar Johann Matthias Karg, die in 1767 in Regensburg werd geboren, in 1791 naar Suriname vertrok en later directeur werd van de katoenplantage Johanna en de Zwarigheid. Naar Jacoba Paulina Jaspis, en hun drie zonen. Naar oude registers, een manumissie, een testament en plekken in Suriname waar sporen van deze familiegeschiedenis nog altijd te vinden zijn.
En uiteindelijk bracht die zoektocht mij deze zomer naar Regensburg, waar ik opnieuw op zoek ging naar de sporen van de familie Karg.
Voorwerpen vertellen verhalen
Geschiedenis hoeft niet alleen uit jaartallen, teksten en afbeeldingen te bestaan. Daarom vormt de Educatiekoffer van Stichting Stil Verleden een belangrijk onderdeel van de gastlessen.
De leerlingen kwamen in groepjes naar voren om de voorwerpen en materialen van dichtbij te bekijken. Ze mochten kijken, voelen en vasthouden. Ook katoen maakte deel uit van het verhaal. Zo werd de verbinding gelegd met de katoenplantage waarvan mijn overgrootvader directeur was.
Een voorwerp kan klein zijn, maar het verhaal erachter kan groot zijn.
Van mijn familie naar die van hen
Aan het einde kregen de leerlingen een blanco kaartje met twee vragen:
Wat is je uit mijn verhaal het meest bijgebleven?
en:
Wat zou jij graag willen weten over jouw eigen familiegeschiedenis?
Alle leerlingen schreven een reactie.
In hun antwoorden kwamen heel verschillende onderwerpen naar voren. Sommige leerlingen dachten aan hun grootouders of overgrootouders en wilden weten hoe zij vroeger leefden en werkten. Anderen vroegen zich af waarom hun familie naar Nederland kwam of juist naar een ander land vertrok. De Tweede Wereldoorlog kwam verschillende keren terug. Ook waren er leerlingen die zich afvroegen of hun eigen familie een relatie had met het slavernijverleden.
Uit mijn eigen verhaal bleven onder andere mijn zoektocht naar mijn voorouders, mijn jeugd en vertrek naar Nederland en de verwevenheid van mijn familiegeschiedenis met het slavernijverleden bij leerlingen hangen.
De kaartjes laten vooral iets anders zien: nieuwsgierigheid.
Eén leerling bleef nog even staan
Na afloop namen we afscheid. Zoals ik de leerlingen bij binnenkomst bij de deur een hand had gegeven, stond ik daar ook weer toen zij vertrokken.
Eén leerling bleef als laatste nog even staan.
Hij vertelde dat zijn vader uit Suriname komt en dat ook zijn grootvader daar vandaan kwam. Hij wilde graag verder terug in de tijd. Wie kwamen er vóór zijn grootvader? Hoe zou hij dat kunnen onderzoeken?
Het was een klein gesprek aan het einde van een middag, maar voor mij raakte het aan de kern van deze gastles.
Ik kwam binnen met mijn familiegeschiedenis. Aan het einde lagen er kaartjes vol vragen over vele andere familiegeschiedenissen.
Want familieonderzoek begint niet alleen met wat je al weet.
Het begint vaak met een vraag.
Wat weet jij eigenlijk van je eigen familiegeschiedenis?





