Skip to main content

Terug in Punthorst, een jaar later

Maandag 15 december 2025 gaf ik opnieuw een gastles op de basisschool in Punthorst. Een school waar ik een jaar geleden ook was, kort nadat mijn echtgenoot Bert Reinders was overleden. Dat eerste bezoek, in november 2024, staat voor altijd in mijn geheugen gegrift. Ik zei niets af. Ik ging op pad. Alles moest ik alleen doen. En juist daar, op die school, voelde ik: ik moet doorgaan.

Nu, een jaar later, was ik er weer.

De leerlingen van groep 8 kwamen me al tegemoet. Niet dezelfde kinderen als vorig jaar, die zitten inmiddels op de middelbare school, maar nieuwe gezichten. Meiden die spontaan hielpen met de koffers, met het sjouwen van materiaal. Ze haalden samen de educatiekoffer leeg, legden alles netjes op tafel, hingen dingen op. Ik liet ze hun gang gaan. Het gebeurde vanzelf.

Voor de les begon, werd er gebeden. Dat is gebruikelijk op deze school. De leerkracht las een psalm en verwees daarin al naar de gastles over slavernij die zou volgen. Ik luisterde. Het raakte me opnieuw hoe zorgvuldig en betrokken dit werd gedaan.

Ik vertelde mijn verhaal. Over Suriname, waar ik ben geboren en ben opgegroeid tot mijn negentiende. Over het leven in een kolonie. Over Nederlands spreken omdat je daar verder mee kwam. Over de onafhankelijkheid van Suriname, die ik zelf niet meer meemaakte omdat ik toen al in Nederland woonde. Maar vooral vertelde ik hoe het voelde om kind te zijn in die tijd. Hoe het was toen ik ongeveer hun leeftijd had.

De leerlingen luisterden aandachtig. Ze deden mee, stelden vragen, keken. Bij de opdracht mochten ze kiezen uit twee vragen:
Jij leeft in een kolonie en moet heel hard werken. Wat voel je?
Jij hoort dat je vrij mag zijn. Wat doe je als eerste?

Wie liever wilde tekenen, mocht dat ook.

De leerkracht had de opdrachten uitgeprint. Wat er daarna ontstond, was ontroerend. Zinnen, tekeningen, gedachten die laten zien hoe serieus kinderen kunnen nadenken over vrijheid, onvrijheid en mens-zijn. Hun reacties bewaar ik. Ze verdienen aandacht.

Toen ik wegging, voelde ik opnieuw wat ik vorig jaar ook voelde: dat deze plek voor mij meer is dan een school. Het is een plek waar mijn werk, mijn verhaal en mijn persoonlijke weg samenkomen.
Ik ben dankbaar dat ik hier weer mocht zijn. En dat ik dit verhaal mag blijven vertellen.

Wat ik heel bijzonder vond, was de psalm die de leerkracht vóór de les voorlas. Het was Psalm 68. Ik kende de tekst niet, maar één woord bleef bij mij hangen: gevangenen en het beeld van boeien die worden verbroken.

Ik ben zelf niet gelovig en niet gedoopt, maar ik respecteer alle geloven. Wat mij raakte, was hoe deze oude tekst woorden gaf aan hetzelfde thema waar de gastles over ging: onvrijheid en bevrijding. Het maakte zichtbaar hoe diep dit verlangen naar vrijheid verankerd zit, in geschiedenis, in geloof en in verhalen die mensen blijven doorgeven.

Misschien was het toeval. Misschien ook niet.

Maar op dat moment viel alles samen: de psalm, de verhalen, de kinderen en hun woorden over vrijheid. En ik voelde opnieuw hoe belangrijk het is dat dit verhaal verteld blijft worden.

error: Content is protected !!