Zien zonder woorden
Een gastles over slavernij, macht en ongemak in 3 VWO
Vandaag, dinsdag 16 december 2025, gaf ik twee gastlessen aan leerlingen van 3 VWO op het Anna van Rijn College in Nieuwegein. Twee groepen, verschillend in grootte, de eerste klas telde 23 leerlingen, de tweede 12 maar beide groepen lieten dezelfde openheid en betrokkenheid zien.
Na een korte kennismaking vertelde ik wat de bedoeling van de les was. Ik nam de leerlingen mee in gedachten, maar ook via beelden. De presentatie bood houvast: geschiedenis zichtbaar maken, stap voor stap. We begonnen met een kort filmpje over Suriname, suiker en slavernij. Dat zette de toon.
Het moment waarop de les kantelde, was bij de afbeelding van de foetoeboy, de meester en de huisslavin.
In de eerste groep wees ik drie leerlingen aan. Ik zette een stoel in het midden van het lokaal. Eén leerling nam plaats, de andere twee stonden ernaast. Niemand hoefde iets te zeggen. De rest van de klas kreeg één taak: observeren.
Er werd niet gespeeld.
Er werd niets nagespeeld.
Er werd alleen positie ingenomen.
Later, in de reflectie, vertelde de leerling die in het midden had gezeten hoe ongemakkelijk het voelde om zoveel macht te hebben. De twee andere leerlingen gaven aan dat zij zich zichtbaar onvrij en gespannen voelden. Dat was niet alleen hun eigen ervaring, de observanten hadden dit ook gezien.
In de tweede groep, met twaalf leerlingen, koos ik voor een gesprek in plaats van een opstelling. Aan de hand van hetzelfde beeld bespraken we wat zij zagen. De leerlingen benoemden ongelijkheid, machtsverschil en onrecht. Zonder dat ik het hoefde te sturen, trokken zij het beeld door naar het heden. Naar situaties die zij herkennen, naar vragen over wie beslist en wie moet volgen.
Wat mij bijbleef, was de ernst en aandacht waarmee zij keken en spraken.
Niet afstandelijk.
Niet overdreven.
Maar scherp en betrokken.
Dit was geen rollenspel.
Dit was kijken, ervaren en benoemen.
Speciaal bij 3 VWO bracht ik ook de berimbau mee, een instrument gemaakt van een kalebas, dat hoort bij capoeira. Ik vertelde hoe deze vecht-dans-sport in Brazilië ontstond in de tijd van de slavernij.
Slaven mochten zich niet trainen om te vechten. Daarom werd kracht, training en verzet verborgen in muziek en beweging. De berimbau gaf het ritme en bepaalde wat er gebeurde.
Voor veel leerlingen en ook voor de docent ging er op dat moment een wereld open. Slavernij bleek niet alleen een geschiedenis van onderdrukking, maar ook van creativiteit, veerkracht en overleven.
Zo werd geschiedenis niet alleen iets van vroeger, maar iets om over na te denken hier en nu.




