Tussen herinnering en ontmoeting
Dalfsen, 3 mei 2026
Ik vertrek om half acht, rekening houdend met wegwerkzaamheden en afsluitingen. Via de
A1, A50 en A28 rijd ik richting Dalfsen. Het is een prachtige, stille rit. Een lichte nevel hangt
boven de bossen langs de Apeldoornseweg.
Wanneer ik de afslag neem richting Ommen, Dalfsen en Hardenberg, word ik overvallen door
emotie. Dit is de route die we jarenlang samen reden. En nu rijd ik die alleen.
In Dalfsen aangekomen is het even zoeken naar het Kerkplein. Via een korte stop bij een
boerderijwinkel en een vriendelijk gesprek kom ik op de juiste plek. Op het Kerkplein parkeer
ik mijn auto en ga de kerk binnen.
Daar ontmoet ik de koster, de dominee en mijn contactpersonen Dirk, Simon, Astrid en
Annemarie. Het is een warm ontvangst, met thee en een koekje, terwijl de kerk langzaam
volstroomt. Bij binnenkomst zie ik het wandkleed al staan: ‘Draden van het Overijssels
Slavernijverleden’.
Wanneer de kerkklokken verstommen, begint de dienst. Het is bijzonder om deze dienst bij te
wonen, met Bert in mijn gedachten, juist hier in de provincie waar hij geboren is. In de dienst
wordt aandacht besteed aan het thema Overijssel en slavernij. Ook mijn werk via Stichting
Stil Verleden wordt genoemd, als een manier om jongeren kennis te laten maken met deze
vaak verzwegen geschiedenis.
Na afloop is er koffie en thee en ontstaan er gesprekken.
Daarna haal ik, met hulp, mijn materialen uit de auto en bouw ik mijn educatieve koffer op.
Bezoekers komen binnen, kijken, stellen vragen en gaan in gesprek.
Zo is er een moeder met haar dochter. Ik vraag haar op welke school ze zit. Groep 7, zegt ze.
Haar oog valt op de pagaaien die op tafel liggen, prachtig bewerkt, met mooie kleuren. Ik leg
uit wat pagaaien zijn: houten roeispanen, met de hand gemaakt, die gebruikt worden om een
korjaal voort te bewegen.
Ik pak de korjaal erbij, gemaakt uit een boomstam, waarin ook een pagaai ligt, en vertel het
verhaal daarachter. Over hoe de Marrons zich vroeger over de rivieren voortbewogen, en hoe
zij vandaag de dag vaak met een buitenboordmotor over de soela’s, de stroomversnellingen en
watervallen varen. De pagaai is daarmee niet alleen een gebruiksvoorwerp, maar ook een
symbool van een manier van leven en van verbondenheid met de rivier.
Daarna vertel ik over het suikerriet dat op tafel ligt. Veel bezoekers denken dat het bamboe is.
Ik leg uit dat suikerriet een belangrijk product was binnen de plantage-economie, en dat het
verbouwen en verwerken ervan zwaar en uitputtend werk was, verricht door slaven. Het roept
vragen op en leidt tot gesprekken.
Iedereen reageert op zijn of haar eigen manier. Wanneer iemand zegt: “Nederland moet zich
schamen,” antwoord ik: “Het zijn uw woorden, het is uw reactie.”
Daarnaast ontstaan er mooie, open gesprekken met jong en oud.
De middag sluit ik af met mijn contactpersonen. We kijken kort terug op de dag, voordat ik
weer huiswaarts ga.
Een dag van herinnering en ontmoeting, waarin het verleden voelbaar dichtbij kwam.





Een waardevolle afsluiting van een bijzondere middag, samen met de mensen die deze ontmoeting mogelijk maakten.